Begin augustus begint het al. Er komt een zekere onrust over me. De verschillende herdenkingsaankondigingen van overal in het land heb ik inmiddels ontvangen. Tegenwoordig ben ik wat ordelijker en stop alles meteen netjes in het mapje ‘Herdenkingen'. Nee, voor mij geen zenuwachtig gezoek meer naar een envelop net een vlaggetje erop, of een envelop met geen doorsnee maat. Met de gasten voor mijn herdenkingsprogramma voor de radio heb ik al een uitgebreid voorgesprek gehad. Beiden hebben een interessant verhaal, maar totaal verschillend. Gast nummer een heeft een Indische moeder, maar voelt zich zeer nauw verwant met Indonesië. Hem zegt 17 augustus, de dag van de proclamatie van de Republik Indonesia, meer dan 15 augustus. De ander is volbloed Indonesiër, maar spreekt Nederlands met een Haags accent. En hij heeft de Indonesische taal moeten leren! Niet thuis geleerd. De dag van de proclamatie gaat bij hen thuis rustig voorbij. Het belooft een spannende uitzending te worden. Om mijn aandacht geheel aan mijn gasten te kunnen geven, vraag ik er een technicus bij. Hoef ik niet aan de knoppen te denken. De technicus heeft jaren tussen Indischen gewoond en komt graag de techniek doen. Toch luistert hij ook aandachtig mee. Wanneer er een muzieknummer wordt gedraaid, komt hij snel even binnen om te zeggen dat hij erg geraakt is door wat hij van beiden hoort. Gast nummer een vertelt op bijna emotieloze toon over de lijken die hij heeft zien drijven. De ander, zes jaar jonger, is hier geboren en getogen. En thuis sprak niemand hierover.'Hè,' zeg ik, ‘het lijkt wel een Indisch gezin. Alles wegstoppen, nergens over praten.' Tijdens een muzikale onderbreking bespreken wij het volgende onderwerp. En dan, ik ben er totaal niet op verdacht, vraagt gast nummer een mij ook iets te vertellen over het Bersiap kamp waar ik in heb gezeten. Er gaat van alles door me heen. De uitzending is live, er mogen niet te lange stiltes vallen. ‘Ik herinner me de koude vloer waar wij 's nachts op sliepen. Op een dunne bultzak. En de hysterische stem van een moeder wanneer zij haar zoontje even niet zag. Elke keer weer. Hiiéérr!! En het schooltje voor kinderen vanaf zes jaar. Na lang aandringen mocht ik ook binnen, want ik was nog geen vijf. Het mocht, maar achter in de klas en mondje dicht. Toen wij na een jaar het kamp konden verlaten, kon ik lezen, schrijven en rekenen.'
Herdenkingen. Vrouwenkampen, jongenskampen, Ambarawa, de groep wordt kleiner, de pijn is nog steeds zo voelbaar. Dit jaar is zoon voor het eerst meegegaan. Ik ben er heel blij om. Keurig op tijd staat hij voor de deur. In een pak, open kraag, gepoetste schoenen!! Ik zie dit alles in één oogopslag. Ook dat de doodskopoorbel zijn linkeroorlel nog siert. Ik had met opzet niets gezegd, maar dit goed me goed, behalve die oorbel dan. En zo gaan we naar de herdenking op 15 augustus. Op de terugweg is hij stil. Pas als we bijna thuis zijn, zegt hij:'En nu de oorlog van pa nog.' ‘Waarom?,' vraag ik. ‘Nou, hij heeft toch hier in Holland de oorlog meegemaakt. Jammer dat ik het hem nooit heb gevraagd toen hij nog leefde.'
--
‘Zo tegen vijftien augustus lijkt het altijd of je een ei moet leggen,' zegt zoon. ‘Vind je dat je alles opnieuw moet herbeleven? Of komt het gewoon allemaal weer boven? Het is toch een voorrecht dat je gelegenheid krijgt om te herdenken. Heb je die mevrouw gezien met die grote sjaal met dat bosje witte bloemen. Net Moesje (zijn grootmoeder). Trouwens, springt hij van de hak op de tak, ik ga dit weekend bij haar langs. Eens vragen wat zij allemaal heeft meegemaakt. Ik denk niet dat je veel zult horen, denk ik bij mezelf. Ach, met een handgebaar, zo werden wij kinderen afgescheept. Ik hoop dat ze hem wél wat zal vertellen, deze kleinzoon, de enige in Holland. Die ze ‘vent' noemt, met wie ze opblijft om samen een film te kijken, die ze terecht wees toen hij een keer een grote mond had tegen mij. Je moet nooit vergeten dat jouw moeder mijn dochter is, vent, zei ze. Ik hoop dat ze hem wat zal vertellen.
Mijn zoon en praten over ‘thuis' zijn en het ‘thuis' gevoel. Mam, wat is ‘thuis' voor jou?
Sulawesi:Barombong, Sumatra: Toba meer Java: Diëng plateau, mijn voeten doen zeer Tifa, gamelan, kulintang, gong kebyar Thuis
Er klinkt zoveel heimwee door in dit gedicht, zegt mijn zoon Bij mij is dat anders. Anders?
Thuis
Thuis is dit huis met z'n ronde balkon De tuin met goudsbloem en duizendschoon En de stank van varkensmest In Brabant
Daar ben ik geboren, de lucht was ijsblauw Een zucht van geluk, ik lijk op jou Twee jaar, twaalf pond, kleuterbureau In Brabant
Familie bezoek uit Duitsland en België Neven en nichten uit Indonesië Bij ons thuis spreekt men Vlaams en Nederlands En een beetje Brabants
Maar, nu ik terug ga in mijn herinnering Was er toch vaak verwarring Mijn nationaliteit: Belgisch Mijn moeder is Indisch ... Home is where the heart is Hier In Brabant
Hij lijkt op mij, ook in zijn reacties. Het gezicht soms een masker, de ogen geloken, Niet uitbundig blij, verdrietig diep van binnen Toch kind van twee werelden