Mijn naam is Erik Koks. Als voorzitter van Darah Ketiga Indische jongerenorganisatie heb ik diverse artikels geschreven over Indische jongeren in Nederland. Voor Nusantara Indah zal ik weer met diverse jongeren spreken over actuele onderwerpen. Daarnaast zal ik ook met Indonesische en Maleisische jongeren spreken over de kenmerken van hun jongerencultuur en daarmee een vergelijking maken met Indische jongeren in Nederland.
Aziatische Jongerencultuur (Juli 2006) Het is geen geheim dat Indische jongeren in Nederland vaak de jongerencultuur in Nederland overnemen. Toch vormt een groep Indische jongeren hun eigen jongerencultuur in Nederland. Met hoge stekels proberen ze de haarkapsels van Aziatische stripfiguren na te doen. Daarbij past een bomberjack, All Star sportschoenen en natuurlijk een donkere zonnebril. Deze stijl werd ook wel de Dragonball Z genoemd, gelijkmatig aan het Japanse stripverhaal, en vormde zijn hoogtijd van 1999 tot 2004. Hoewel dit rare blikken op straat tot gevolg had dit verder geen belemmeringen. In Azië hebben dergelijke uitingen wel degelijk gevolgen.
Op zaterdag is het centrum van Kuala Lumpur vol met jongeren. Jongeren moeten een schooluniform aan dus op zaterdag is het zien en gezien worden in de supergrote winkelcentra. Jongens met oogschaduw, meisjes met opvallend gekleurd haar en Skinheads. Compleet met rode bretels, zwarte legerschoenen, strakke spijkerbroeken, kaalgeschoren hoofd. Een enkeling heeft zelfs een T-shirt met Hakenkruis of een Bomberjack met Nazi emblemen. In Maleisië zijn Skinhead groepen actief. In een stad als Kuala Lumpur, met drie miljoen inwoners, heb je al snel een honderdtal Skinhead groepen met namen als Kuching Skinheads Crew, K.L. Nazi troopers en Klu Klux.. Bij Skinheads leg ik eerder een link naar Oost-Duitsland; kaalgeschoren jongeren met nazi ideologie. Benieuwd naar deze onverwachte subcultuur in Maleisië sprak ik met enkele Maleisische jongeren.
Fitri (17) is met zijn kale kop en slanke gestalte een stereotype Skinhead; hoge bruine legerschoenen, strakke spijkerbroek en rode bretels. “De Skinheads zijn sinds 1990 ongeveer in Malaysia actief. Het is overgewaaid uit Singapore. Het was in het begin een zeer kleine groep maar vanaf 1992 is het vanuit Kuala Lumpur over heel west - Maleisië verspreid.” Norah (20) is sinds een paar jaar Skinnette (vrouwelijke skinhead). “In het begin luisterde we naar Oi, Punkrock en Ska muziek uit Europa en Australië, maar sinds enkele jaren zijn er ook Maleisische Skinhead muziekbands.” De Skinheads in Maleisië ondervinden geen tegenwerking in tegenstelling tot Skinheads in Europa die dat wel krijgen. In verschillende Europese landen zijn de Skinhead bewegingen verboden. Het verschil is dat de Maleisische Skinheads zich nauwelijks met politiek bemoeien, en Maleisië kent geen geschiedenis met Nazi’s die men in Europa wel kent. Het gaat bij het merendeel van de Maleisische Skinheads dan ook om de muziek. Slechts 10% van de Skinheads is nationalistisch en stelt zich negatief op tegen de Chinese en Hindustaanse Tamil gemeenschap.
Fitri: “Soms zitten de politie of winkelbeveiliging je uit te dagen door tegen je op te lopen.” In Kota Baru (Oost kust Maleisië) is een 17-jarige jongen door de politie op straat aangehouden omdat hij Punk kleding droeg en zijn haar rood had geverfd. Hij moest toen verplicht wat Koran lessen volgen. In sommige Maleisische steden waar de Islamitisch Oppositie Partij (PAS) actief is wordt soms elke vorm van westerse jongerencultuur als onislamitisch aangeduid. In Kedah zijn Skinhead jongeren beschuldigd van Satanisme, het niet respecteren van de Koran, en gedrag dat kan leiden tot drugsverslaving. Norah: “Ja, Maleisië lijkt met zijn luxe superwinkels en moderne gebouwen wel ontwikkeld maar op veel plaatsen denkt men nog “ouderwets”. In Ipoh heeft een verliefd jong stelletje laatst nog een boete gekregen omdat ze op straat elkaar’s hand vasthielden. Gelukkig vond de overheid dat net iets te ver gaan; in plaats van een boete hadden ze misschien een preek moeten krijgen. *Vanwege de sociale en politieke gevolgen zijn de namen in het artikel fictief.
Hoe is het gesteld met de Indo liefde? Die vraag stelde ik aan enkele twintigers. Zijn Indische jongeren meer gericht op een Indische partner of op een Nederlandse? Of maakt het helemaal niks uit? En wat zijn de motieven; wil men de Indische cultuur op deze manier overdragen aan een toekomstige Indische generatie? Voor de privacy worden fictieve namen gebruikt;
Jaqueline: Ik heb nog nooit met een Indo gehad. Raar eigenlijk, want het zijn wel meer mijn types. Mijn ex is een Molukker en ik merkte wel dat hij dingen beter begreep dan mijn vorige ex (dat was weer een belanda). Voorbeeldje was dat ik mijn buurmeisje (ook Indo), waar ik mee opgegroeid ben en heel close ben, als mijn nicht zie. Mijn ex-ex vond dat echt belachelijk en stom, terwijl mijn ex het helemaal kon begrijpen. Van dat soort dingetjes dus.
Djero:Ja ik had ook iets met een Nederlands meisje, dat hield 8 maanden stand..en dat is al zes jaar geleden! Maar dat was drama!! Ging ik met mijn Molukse vrienden naar Molukse dag of met Indo’s naar de Pasar Malam en dan ging ze echt vervelend doen op een gegeven moment, waarom ga je daar naar toe? Je bent toch hier geboren? En op verjaardagen bij haar thuis merkte ik dat belanda's steeds over voetbal, politiek en "de buitenlander" gingen praten. Eerst over Somaliërs..ja doet me niks, toen over Marokkanen, loh doet me ook niet zoveel, toen over Turken. Aduh, ik heb ook een Turkse vriend, maar sudah. Toen opeens over Indo's en Molukkers "Ja, straks komen die OOK weer hier asiel aanvragen en rotzooi maken" er was toen op de Molukken die burgeroorlog was tussen Christenen en Moslims. Allemaal zo negatief en dan voel je echt alleen en buiten gesloten! Ik heb het nu dan ook veel fijner bij mijn Indische vriendin! Lekker samen met de ouders kletsen en gewoon elkaar aanvoelen!
Evert: Kijk, ik vind Indische vrouwen knapper, knapper dan een belanda..dus ik kijk niet alleen naar uiterlijk (want dat hoeft niet bij Indische nona's, die zien er eigenlijk altijd zo mooi uit) maar vooral naar innerlijk! En omgang; Indisch kun je wel lekker met elkaar praten over je opa's en oma's, over verlangen om in de vakantie weer naar Indonesia te gaan (voor een belanda is dat "gewoon" een Aziatisch land, of die nu naar Thailand of Indonesia gaat, voor hen hetzelfde), over eten hoef je niet steeds te vertellen wat het is maar gewoon lekker makan (niet van wat is dit dan, lemper? Ziet er vies uit, bla bla) Eigenlijk dat gevoel, gewoon vanzelf ons onder ons.
Hilary: Ik geef je groot gelijk, natuurlijk is 't makkelijker maar ondanks de negatieve dingen die ik hier hoor (over bij een relatie met een Nederlander) denk ik toch dat het heel goed mogelijk is zolang die andere partner jou de ruimte geeft en ook geïnteresseerd is in je cultuur (of beter gezegd: achtergrond). Ik heb eerlijk gezegd nog geen Indo vriend gehad, wel een belanda, Koerdistanner, Angolees. Ik merkte dan wel bij die Koerdistanner en Angolees , familie en vrienden echt heel belangrijk. maar ja die Angolees kende dan toevallig paar woorden in het maleis en Javaans dat is wel grappig, en het Indisch eten kende hij ook wel.
Evert: Ayo, je gaat nu toch niet zeggen dat een Koerdistanner of Angolees kan vergelijken met een Indo? Ik vind dat echt een wereld van verschil! Ik kan ook Engels, en ken Engels eten (fish and chips en vieze kool)en het regent hier ook altijd net als in Engeland. Dat wil niet zeggen dat ik hetzelfde ben als een Engelsman of weet hoe de Engelse cultuur in elkaar steekt!
Rob: Mijn nona is Indisch, haar vader komt van Maluku en haar moeder heeft Sumatraans bloed. Toch merkte ik de kleine verschillen tussen bijv. bij mij thuis of toen bij haar thuis makan was hetzelfde, tjebok idem etc. Waar ik alleen (toen) moeite mee had, was de hele dag door Bahasa Indonesia horen met dialect uit zuid Sumatra plus nog eens Moluks maleis. Verder ging het wel en was ik eigenlijk al aan veel gewend, door thuis. Andersom had ze meer moeite; Toen ze voor het eerst bij mij kwam vond ze het raar dat we ook soms typisch Nederlandse dingen deden, nu is ze dat wel gewend. Had ik met een Nederlandse gehad, was het denk ik toch anders gelopen, okay, ik kan dat niet zeggen, maar denk dat er botsing zou komen met cultuur etc. of A we accepteren het of B het botst. Nu ben ik gewoon blij dat ons kind(eren) later noch steeds die bruine kleur zal krijgen, zwart haar en bruine ogen.
Hilary: Gila, maar is deze nona is het wel met je eens. Ik zou het heel raar vinden als ik later kinderen krijg met blauwe ogen, blond haar. Ik denk dan zelf,sorry,dit is mijn kind niet. Omdat ikzelf geen blauwe ogen of blond haar hebt. Indo liefde, Indo's vind ik wel de mooiste, kijk ik wel snelste naar, die mooie ogen gewoon, bagus! Ja, nu weet ik het; Ik heb zeker Indo liefde nodig whahaa!
“Loverboys ook actief in Indonesië” Als je in Indonesië op vakantie bent dan denk je als Indische Nederlander misschien hoe het zou zijn om daar te wonen. Een enkeling denkt wellicht dat er in Indonesië niet dezelfde problemen zijn als in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan de opvoeding van je kinderen. In Nederland is er de afgelopen jaren meer aandacht voor “Loverboy” praktijken.Een “Loverboy” zoekt op scholen, discotheken of winkelcentra naar een meisje. Zorgt dat deze verliefd wordt, is lief voor haar, zorgt ervoor dat zij geen contact meer heeft met vrienden en familie en uiteindelijk dwingt hij haar tot prostitutie. Zoiets zou je misschien niet zo snel verwachten in Indonesië; de mensen werken in de sawa, doen ambachtsberoepen, hebben een goede sociale controle, en kinderen hebben minder snel toegang tot chatboxen en muziekclips. Toch is het daar ook dat tienermeisjes niet langer veilig zijn. Er is echter één groot verschil: in Indonesië wordt niet het meisje maar de ouders als eerste benaderd.
Volgens een recent rapport van het Indonesische ministerie van Sociale Zaken zijn er circa 40.000 tienermeisjes op deze wijze in de prostitutie verdwenen. Daarnaast vermoedt men dat tienermeisjes vanuit Indonesië worden doorgesluisd naar Maleisië, Singapore, Taiwan en Japan voor prostitutie. Dit ronselproces onder valse voorwendsels noemt men in Nederland de “Loverboy” methode, in Indonesië noemt men dit de “Ijon” methode;Een Indonesische “loverboy” gaat in tegenstelling tot zijn Nederlandse “collega” niet op zoek naar meisjes die hij makkelijk kan beïnvloeden, maar naar ouders. Vaak zoekt de Indonesische oplichter naar ouders met een tienerdochter en een economische achterstand. Zoals de Nederlandse “loverboy” het meisje voorziet van cadeau’s, of geld, zo legt de Indonesische variant de ouders in de watten.
Als het bedrag van 2 miljoen rupiah is bereikt (circa 200 euro) stelt de oplichter voor om de dochter, meestal voor twee jaar, mee te nemen naar de grote stad of kustplaats waar de dochter kan werken in een hotel of een opleiding kan volgen. Op die manier zal de familie voor meer inkomen kunnen zorgen. Als de dochter eenmaal wordt meegegeven hoort men nooit meer iets van de oplichter. Het tienermeisje, vaak voor het eerst zonder ouders in een stad, leert om te dansen, krijgt nieuwe kleding die uitdagend staat maar volgens de oplichter zo leuk en modern is, wordt verteld hoe mooi ze is met make-up op. Vervolgens gaat de oplichter eisen stellen.
Zonder geld en zonder familie is het meisje overgeleverd aan de wensen van de oplichter. Dit proces noemt men in Indonesië “Ayam Potong”. Het meisje is “het kippetje” (Ayam) die geen contact meer heeft met haar familie (Potong). In tegenstelling tot in Nederland waar het meisje voor de “loverboy” gaat werken in de prostitutie, gaat men in Indonesië een stapje verder. Het komt namelijk vaak voor dat een tienermeisje wordt “verkocht” aan een andere oplichter, pooier, etc. Plaatsen waar de Indonesische Justitie dit soort praktijken ziet zijn op de eilanden Batam en Bali. Het komt voor dat “klanten” uit Malaysia of Singapore een “nieuw” meisje kopen en meenemen naar hun eigen land; maagden zouden namelijk bepaalden ziekten kunnen genezen volgens sommige bijgelovige Aziaten. Na twee jaar wordt zij dan teruggebracht naar Indonesië.
Daar aangekomen durft het meisje niet naar huis en valt wederom in handen van de oplichter. Via een neerwaartse spiraal van bordelen belandt het meisje uiteindelijk op straat. Hoewel Indonesië bepaalde organisaties heeft opgericht voor de bescherming van het kind en invallen doet bij bordelen naar minderjarige meisjes, blijven dit soort praktijken plaatsvinden door armoede, corruptie en ontkenning. Ook in Indonesië geldt dus de regel: “Als iemand je teveel cadeau’s geeft en iets teveel aandacht heeft voor je dochter, let dan op je tellen!”
Kujang Sakti Op een regenachtige zaterdagmiddag reisde ik samen met een ander Darah Ketiga lid, Joey Lopies, af naar Rotterdam. Enkele weken daarvoor had ik contact gelegd met Dhr Verschuren, Pencak Silat leraar van Kujang Sakti te Kralingen.
Dhr Verschuren is zelf voor het eerst in aanraking gekomen met Pencak Silat door als jongen van negen jaar op les te gaan bij zijn zwager, Dhr Tulalesi. Deze heeft nog steeds een Pencak Silat school te Den Bosch. Dhr Tulalesi had nog familie in Cimahi, wat ongetwijfeld veel Indische lezer bekend in de oren zal klinken aangezien daar tijdens de kolonisatie een KNIL- garnizoen kazerne was. Na negen jaar is Dhr Verschuren gaan trainen bij Pak Nunu te Amsterdam die daar les gaf in de Cimande stijl van de Kujang Sakti school. Momenteel geeft Dhr Verschuren zelf les in een combinatiestijl gebaseerd op vijf dierenstijlen waarvan de basis Pencak Silat Cimande is. Elk jaar probeert Dhr Verschuren naar Indonesië te gaan om daar circa twee weken te trainen. Dit gebeurt in de Cimande streek, met name in het bergdorpje Tari Kolot o.l.v. Pak Didih en Pak Darma. Daarnaast ontwikkeld Dhr Verschuren zijn stijl door nieuwe technieken van diverse stijlen (Cimande, Cikalong, Sahbandar, Madi Kari en Sera) o.l.v. Pak Mumuh, Guru Besar, van de Guguh Waraga school te Bogor.
Vanuit zijn Pencak achtergrond viel het Dhr Verschuren op dat het aantal wapens en de kwaliteit van deze in Nederland erg minimaal was. Sommige scholen trainen met een golock of een stok maar het materiaal was niet van hoge kwaliteit. Daarop besluit Dhr Verschuren zelf in Indonesië op zoek te gaan naar smeden die bekwaam zijn in het vervaardigen van deze wapens. Want, zo stelt Dhr Verschuren; "Als Pencak Silat leraar moet je ook je leerlingen vaardig kunnen maken met de wapens van Pencak Silat." In het begin werd er een kleine partij naar Nederland gebracht. Er werden aanpassingen gemaakt, het staal moest roestvrij blijven, de lengte moest veranderd worden want de mensen in Nederland zijn nu eenmaal groter (een wapen zoals de golock moet b.v. een gemiddelde onderarm kunnen beschermen). Met allerlei aanpassingen werd er gestreefd kwalitatieve goede wapens naar Nederland te brengen waarmee je in Pencak Silat goed kunt werken. Het resultaat is dat Dhr Verschuren momenteel de Golock (soort kort kapmes), Celurik (soort padi zeis) en Pedang (soort KNIL sabel) aanbiedt van een goede kwaliteit. Opmerkelijk is dat alle wapens zijn afgeleid van gebruiksvoorwerpen die de Indonesische landarbeider nog steeds gebruikt. Daarnaast voert Dhr Verschuren bijzondere kleine steekwapens in die je in Nederland zelden ziet. Denk aan de Kerambit (lijkend op een tijgernagel), de Kujang, Badek en Rencong met hun aparte vormen en zelfs de Pisau Kaki die je tussen de tenen klemt om de aanvaller een stekende schop te verkopen. Alle wapens worden vervaardigd door een bekende smid uit een dorpje dat ligt op de weg van Bogor naar Sukabumi.
Dhr Verschuren is ook de trotse bezitter van een aantal Krissen. Hij gaat met respect met dit wapen om. Als ik hem vraag of ik ze mag zien volgt er een proces waaruit ik kan zien dat Dhr Verschuren van Pencak Silat niet alleen een hobby heeft gemaakt, maar een levensstijl. Zorgvuldig pakt hij de Kris en drukt zijn neus tegen de schede als groet. Hij ruikt er even aan voor hij de schede omhoog trekt en de Kris vasthoudt. "Ik trek niet de Kris, maar de schede, zie je. Ik trek dus de schede omhoog. Als ik het handvat omhoog had en de schede naar beneden trek dan trek ik dus de Kris en dan moet ik hem ook gebruiken ook." Dhr Ikink, leerling van Dhr Verschuren heeft een soort handzeis vast, een Celurik; "Deze heb ik van mijn schoonfamilie die van Madura komt. Wat bij Javanen de Kris is dat is bij de Madurezen de Celurik." Beiden heren hebben het over het verzorgen van deze wapens. Dhr Verschuren: "Ik steek eenmaal per week wierook af rondom de Kris, en eenmaal per jaar verzorg ik hem volgens ritueel. Bijvoorbeeld door hem te reinigen in een bad met zeven soorten bloemen. Je haalt de bloem dan helemaal uit elkaar en wrijft dit op de Kris. Paardebloem, Zonnebloemen, etc dat mag dan weer niet in combinatie met de Kris, het moeten geurbloemen zijn zoals Lavendel. Of je legt de Kris in vol maanlicht om zijn energie te versterken." Joey merkt op: "En wat dan als je dit niet doet?" Dhr Verschuren vervolgt: "Dan brengt een Kris je ongeluk. Je moet het met respect behandelen." Allerlei praktijkvoorbeelden hoe een Kris kan gaan klapperen, opeens op een andere plek ligt of zich gaat keren volgen. Maar Dhr Verschuren vermeldt met klem dat een Kris niet slecht is. "Vaak is een Kris taboe, wordt in de war gebracht met goena-goena. Je moet natuurlijk niet middernacht op je hurken in de tuin gaat zitten en dan een kip slachten en je Kris in dat bloed gaan dompelen. Mensen die een Kris hebben moeten weten hoe ze ermee omgaan en dan is er niks mee aan de hand." Op de Pasar Malam Besar verkocht Dhr Verschuren vanuit zijn stand diverse gelukskrisjes die je in je broek- of jaszak zo mee kunt nemen. Ik vroeg me af: "Hoe zit het dan daarmee?" Dhr Verschuren gaat tijdens zijn verblijf in Indonesië langs verschillende smederijen die gelukskrisjes maken. "Ik pak een Kris beet, soms krijg ik ze niet eens uit de schede, dat is al een teken dat ik hem niet mag zien. Dan leg ik die gewoon terug. Soms grijp ik een Kris beet waarna ik direct een slecht gevoel krijg, terugleggen dus. Ik kijk ook naar het staal en de afwerking, dit vertelt veel over de maker; is het een smid die nog in de leer is of even wat wil bijverdienen of een echte meestersmid die met zorg, respect en geduld de Kris heeft gemaakt. Zo weet ik dat een echte smid vast terwijl hij de Kris maakt.
Ter afsluiting neemt Joey nog een aantal foto's en koop ik als verzamelaar van Indonesische wapens nog twee aparte Badek voor mijn eigen collectie. Het bezoek aan Dhr Verschuren en Dhr Ikink maakt nogmaals duidelijk dat met name traditionele wapens in Indonesië zijn omgeven met mystiek en folklore. Met culturele kennis en een goed gevoel gaan Joey en ik tenslotte naar huis.
De Evenaar Tropisch tuincentrum de Evenaar in Etten-leur, ben u daar al geweest? Van verschillende familieleden van mijn vriendin hoorde ik dat het de moeite waard was om daar eens een kijkje te gaan nemen. Eigenlijk had ik het weggestopt ver in mijn achterhoofd. Want welke jongere gaat nu in het weekend naar een tuincentrum, en zeker niet als deze nog een eindje rijden is van je woonplaats. Maar toch was het een beetje onbewust blijven hangen dat ik er zeker eens een kijkje moest nemen. Het was een grauwe zaterdag morgen en uit verveling ruim ik wat oude papieren op. Ligt daar opeens de Suara Indo tussen met op de achterkant, jawel, een advertentie van de Evenaar. Zal ik vanmiddag dan even een kijkje gaan nemen daar? Nou waarom niet? Ik en Soraya stappen in de auto en hup op weg daar naartoe.
Als je over de snelweg raast tussen Breda en Etten en je bent net nabij het Liesbosch zie je aan de linkerkant een tuincentrum. Is dat het? Ja, zo op de routeplanner te zien wel. Maar wat ziet het er klein uit zo van de snelweg. Een provinciaal weggetje bracht ons uiteindelijk op de parkeerplaats van het tuincentrum. Aduh, staat dan zomaar paalwoningen en andere bamboe stellage's voor in je tuin. Buiten klinkt er zachtjes gamelan muziek. Wat leuk! Van dichtbij is het tuincentrum toch wel groot. Eenmaal binnen is het meer opgebouwd als een museum dan een tuincentrum: De hal is smal en je loopt door een smalle gang met Indonesische beelden. Je komt uiteindelijk bij een straatje waarbij je naar beneden kunt lopen richting een watervalletje waar allerlei planten te koop staan. Er ligt daar een bestrating die doet denken aan Indonesië. Als je echter rechtdoor loopt kom je op een heuse Pasar Malam. Allerlei uitgedoste kraampjes met maskers, houtsnijwerk, wierook, beeldjes, batikslippers en hemden, manden om fruit in te bewaren en zelfs rugkrabbers. We kijken onze ogen uit want om eerlijk te zijn valt de prijs van de spulletjes mee en de kwaliteit van de producten lijkt beter dan die op menig Pasar Malam. Daarnaast zie ik hier wayang golek maskers die je normaal nooit op een Pasar Malam ziet. De omgeving speelt natuurlijk ook mee. Groene bladeren en bamboe, gamalan muziek en ik hoor ook vogels fluiten. Zou dat een CD zijn? Nee hoor, ze hebben hier enkele vogelvolières waar papagaaien en andere tropische vogels in rondvliegen. Ook zijn er enkele terrariums met slangen. We lopen over een bruggetje waaronder een mooie vijver ligt. Tot mijn verbazing zijn er naast de karpers ook enkele Aziatische eenden in de vijver. We komen uit op een pleintje met voornamelijk bonsai boompjes. Een mooi legt uit hoe je het beste de boompjes kunt verzorgen. Zie ik daar tafels en stoelen staan? Er is hier een heuse warang! Bapau, Risolle, Nasi met Sateh, Spekkoek, ik krijg trek! Soraya gelukkig ook! Het smaakt goed want we bestellen tweemaal. Het was een tijdje geleden dat ik Pangsit op had dus dat smaakte extra lekker! De Indische vrouw van de Warung vond het volgens mij wel leuk dat er een Indisch stelletje bij haar warung aan het smikkelen was. We lopen verder en komen in een ruimte die is opgedeeld dat mij doet denken aan het straatbeeld in Kuta te Bali: Een straat met aan beiden kanten kleine winkeltjes. Hier staan mooie meubels, grote beelden, en houtsnijwerk dat ik in Nederland nog nooit heb gezien. Er staan zelfs enkele gehele muren van houtsnijwerk; Een houten poort met daarom heen een gehele muur. Zoiets heb ik zelfs in Indonesië zelfs niet gezien. Het heeft nog het meest weg van de entree van een Javaanse of Balinese Hindoe tempel.
Op verschillende plekken staan mandjes zodat je allerlei spulletjes kunt grijpen die je wilt kopen. Wel zo makkelijk want we komen handen te kort. Wat we precies hebben gekocht zeg ik nu nog niet want sommigen zijn namelijk erg leuk om cadeau te geven op een koude kerstavond. Ik zou iedereen die dit leest aanraden om eens langs te gaan bij de Evenaar. Ik heb verschillende "Indische" evenementen of winkels bezocht maar kwam teleurgesteld thuis. Dit tuincentrum vind ik echter zo speciaal, het is echt uniek in Nederland, wat zeg ik; in Europa! Na het zien van de mooie spulletjes gaan we zeker nog een keer terug! Maar dan maken we meer ruimte in de auto van tevoren!
Met vriendelijke groet en alvast Selamat Hari Natal dan Tahun Baru!